Voertuigcontrole

 

Het is erg belangrijk dat uw voertuig altijd in orde is. Het is wel duidelijk dat niet iedereen een monteur is, maar er zijn een aantal punten die u zelf kunt controleren. Op deze pagina laten we het een en ander zien voor de auto.

Om de onderhouds- en controlepunten voor de auto makkelijk te onthouden, is het volgende ezelsbruggetje bedacht: BRAVOK. Dit staat voor: Banden, Remmen, Accu, Verlichting, Olie en Koeling.

De voertuigcontrole in de auto wordt onderverdeeld in drie logische categorieën: binnen en buiten de auto en onder de motorkap.

 

Binnen in de auto

 

Controlelampje

Betekenis

Airbagsysteem

Airbagsysteem.
Nadat de auto gestart is blijft het lampje ongeveer 7 seconden branden. Blijft het langer branden of gaat het knipperen, dan is het systeem defect.

Laadströomsysteem

Laadstroomcircuit.
Storing in het laadstroomsysteem. Aandrijfriem van de dynamo is gebroken of onvoldoende gespannen of de dynamo is defect.

Motoroliedruk

Motoroliedruk. Als dit lampje gaat branden is het eigenlijk al te laat. De auto meteen veilig aan de kant van de weg zetten en de motor meteen uit. Niet nog even doorrijden naar het eerstvolgende tankstation.

Remsysteem

Remmen (zowel handrem als voetrem). Dit lampje brandt als de handrem is aangetrokken. Gaat het branden tijdens het rijden, dan is het remvloeistofniveau te laag.

Storing

Storingsindicatielampje. Storing in motorregelsysteem.

ABS

Defect ABS (antiblokkeer systeem).

Ruitenwisservloeistof

Ruitenwisservloeistof alleen zichtbaar als het systeem leeg is.

Temperatuur

Temperatuurmeter. De temperatuur van de motorkoelvloeistof varieert, afhankelijk van de temperatuur van de buitenlucht en de rijomstandigheden. Als de meter buiten het normale bereik aanwijst, dan direct de auto veilig langs de kant van de weg zetten en de motor uit.

Brandstofniveau

Waarschuwingslampje brandstofniveau. Het verstandig is om een tank niet helemaal leeg te rijden i.v.m. vuil en troep wat op de bodem van de tank ligt.
Het brandstoffilter kan dan verstopt raken.

 

Buiten de auto

De voorkant

  • De verlichting moet heel zijn en werken.

  • De entekenplaat moet aanwezig zijn en leesbaar.

  • Het voorraam moet heel en schoon zijn. Er mag een barst in het raam zitten, maar deze mag niet in het gezichtsveld lopen.

  • De ruitenwisserbladen moeten in goede staat zijn (niet uitgedroogd).

  De zijkant

  • De ramen moeten ook hier heel en schoon zijn.

  • De verplichte spiegels moeten aanwezig, heel en schoon zijn.

  De banden

  • Voldoende profiel. 1,6 mm is wettelijk toegestaan, maar bij 2 mm wordt het al gevaarlijk.

  • Voldoende spanning. Bij een personenauto is dat gemiddeld 2 tot 2,2 bar. Zorg ervoor dat je de bandenspanning regelmatig controleert (ongeveer 1 keer per 2 weken). Een verkeerde bandenspanning zorgt namelijk voor overmatige slijtage van de band, een hoger brandstofverbruik en een minder stabiel weggedrag vande auto.

  • De wang van de band moet vrij zijn van beschadigingen.

  • Contoleer of het ventieldopje aanwezig is. Dit ter voorkoming van verstopping v/h ventiel.

     

Algemeen

Natuurlijk zijn deze controlepunten er in eerste instantie voor uw eigen veiligheid, maar een onleesbare kentekenplaat, een kapot achterlicht of een achterraam volgeplakt met stickers kan ook nog een aardige boete opleveren. Meerdere redenen dus om deze controlepunten ook in de dagelijkse praktijk uit te blijven voeren.

Onder de motorkap

De auto bevat meerdere vloeistoffen die van belang zijn voor een goede werking van het voertuig. Daarom moeten deze ook regelmatig gecontroleerd worden. De volgende onderdelen moeten gecontroleerd worden.

1---Remvloeistof
Controleer ook hier weer of het peil tussen max. en min. staat. Bijvullen kunt u het beste door de garage laten doen, want ook hier geldt dat teveel niet goed is en het gaat hier wel om de remmen. Daar kan het maar beter niet fout mee gaan. Verder is remvloeistof ook nog een behoorlijk giftig goedje.

2---Accu
De meeste moderne accu's zijn onderhoudsvrij. Wat u wel kunt doen is af en toe controleren of de polen niet geoxideerd zijn (roest). Goed insmeren met zuurvrije vaseline voorkomt dit.

3---Koelvloeistof
Zorg dat het peil tussen max. en min. staat. Mocht u toch onverhoopt met een kokende motor komen te staan, wacht dan met bijvullen tot de motor is afgekoeld. Het systeem staat namelijk onder druk en als je dan te vroeg de dop eraf draait, loopt u kans uw zelf te branden aan de hete stoom (denk maar aan de dop die u van een fluitketel afhaalt als het water kookt).

4---Peilstok motorolie
Hoe vaak u moet peilen, hangt af van hoe vaak u rijdt. Gemiddeld kunt u 1 keer per 2 weken aanhouden bij gemiddeld gebruik. Zorg bij het peilen dat de auto op een vlakke ondergrond staat en dat de motor koud is (het beste is 's ochtends voor u gaat rijden).

5---Bijvullen motorolie
Als het peil tot het minimum gedaald is, dan bijvullen (liefst eerder) en niet meer dan het instructieboekje aangeeft. Bij de meeste auto's is dit maximaal 1 liter. Teveel olie bijvullen is bijna net zo slecht voor de motor als te weinig.

6---Ruitenwisservloeistof
Volgooien. Water met spiritus is goedkoper, maar spiritus kan de levensduur van de ruitenwisserrubbers verkorten. Ruitenwisservloeistof is duurder maar bevat naast antivries en antikalk ook nog een schoonmaakmiddel.

7---Stuurbekrachtigingsvloeistof
Controleer ook hier weer of het peil tussen max. en min. staat. Bijvullen kunt u het beste door de garage laten doen, want ook hier geldt dat teveel niet goed is.

onder de motorkap